HKU-finalisten – sept/okt 2026
Lina de Koning
De uiteindelijke winnaar van de LekArt-prijs werd Lina de Koning en zij staat met haar werk graag in contact met de omgeving. Zij begint haar werk meestal vanuit een nieuwsgierigheid naar de ruimte, waarbij zij de karakteristieke kenmerken van een omgeving onderzoek door middel van fysieke interventies. Lina richt zich hierbij op het bouwen van architectonische constructies die direct relateren aan de lichamelijke ervaring. Hoe verhouden wij ons als individu tot onze omgeving, en welk effect heeft architectuur op die ervaring? In haar praktijk construeert zij wanden, trappen en vloeren; zij zet archetypische elementen uit de architectuur in om te spelen met ruimtelijke lay-outs. Daarnaast gebruikt zij materialen als beton, hout, roest en staal, refererend naar materialen uit bouwplaatsen, plekken waarin de functie van de ruimte nog onduidelijk is. Opgroeien in een stad betekende voor haar dan ook opgroeien in een stedelijke omgeving die zich in een constante staat van transport en transitie bevindt, gekenmerkt door de vele kruispunten, metrolijnen en constructiezones. Daartegenover stelt zij vaak organische structuren, geïnspireerd op vormen uit de natuur. Deze structuren laat zij contrasteren met harde, architectonische bouwwerken.

Milan Fine
In de handen van Milan Fine krijgt een sterk en vrijwel onverwoestbaar materiaal een nieuwe gedaante. Het scheepstouw dat hij kent van de boot van zijn vader, keert in zijn objecten en installaties terug in de vorm van ongebakken klei. Uiterst fragiel en kwetsbaar. Een stukje touw balanceert bijvoorbeeld op een blok hout, of is vastgeknoopt rond een metalen buis. In de subtiele kleine ingrepen is het minimalistisch werk dat veel gevoel in zich draagt. Soms breken de objecten, maar doen dan als scherf weer mee in een volgend werk. Zo ontstaan steeds weer nieuwe vormen en situaties in het atelier, als een doorlopend proces. Of als een reis, onderweg naar een onbekende
bestemming.
Inmiddels heeft hij een hele verzameling van kleine fragmenten van klei, die zich bijna voordoen als archeologische voorwerpen. Naast elkaar lijken ze een verhaal te vertellen. Er ontstaan nieuwe verbanden en betekenissen. De objecten die Fine maakt en de ingrepen die hij doet zijn subtiel, bijna terloops. Het werk dringt zich niet op maar
laat zich langzaam ontdekken. Het zijn kleine momenten waarin de tijd even lijkt stilgezet.

Jochem Witteveen
Het werk van Jochem Witteveen komt voort uit een behoefte om zijn belevingswereld vast te leggen: de fascinatie voor beelden die zich onverwacht aan hem opdringen en die samenvalt met zijn gevoeligheid voor kleur en compositie. Vanuit die drang maak hij schilderijen van fragmenten uit zijn dagelijkse omgeving. Wat op het eerste gezicht onbeduidend lijkt, krijgt door het schilderen betekenis.
De gekozen beelden voelen vaak als geïsoleerde momenten uit een grotere ervaring. Ze zijn een poging om de vluchtigheid van het waarnemen vast te houden en een continue stroom van indrukken terug te brengen tot één enkel beeld. Juist door een fragment uit zijn context te halen, ontstaat ruimte voor een andere manier van kijken, waarin het alledaagse iets nieuws prijsgeeft.
Tijdens het schilderen verandert de herinnering waarmee het werk begon. De fysieke handeling van het schilderen voegt zich bij de oorspronkelijke waarneming, waardoor beide ervaringen met elkaar verweven raken. Het uiteindelijke schilderij is daardoor geen letterlijke weergave van een moment, maar een nieuwe werkelijkheid waarin
observatie, herinnering en materiaal samenkomen. In die ruimte ontstaat de betekenis van Jochem's werk en krijgt intuïtie de kans om zichtbaar te worden.

